vv VEP, Woerden
homeroutecontactprogrammazoek

Geschiedenis
Historisch overzicht vv VEP 1919 - 2001

De periode 1919 - 1940
De periode 1940 - 1960
De periode 1960 - 2001


De periode 1919 - 1940

VEP is een vereniging met een rijke geschiedenis. In onderstaande verhalen kunt u een indruk krijgen over de geschiedenis van VEP. Wij hebben de geschiedenis in drie delen opgesplitst. Het eerste gedeelte bestrijkt de periode van de oprichting tot het begin van de tweede wereldoorlog.

In 1919 begreep Frans Forsthövel, lid van het Patronaatsbestuur, dat ook katholieke jongelui in hun vrije tijd niet alleen wilden kaarten of biljarten.De voetbalsport trok hen. Dus nam hij het initiatief om tot oprichting te komen van een voetbalvereniging: de Rooms Katholieke Voetbalvereniging Woerden (RKVW).
De naam werd door de RK Utrechtse Voetbalbond niet geaccepteerd.
Pastoor F.M. Megens stelde toen voor om er VEP van te maken. De afkorting van Vica Et Pot; latijns voor Overwinnares en Veroveraarster. Dat bleek later een twijfelachtige vertaling te zijn.
Op initiatief van Gijs Ruijs werd er daarom zon twaalf jaar later Vlug En Paraat van gemaakt.
VEP ging spelen in de laagste klasse van de RK UVB en werd in het tweede seizoen kampioen.
Met spelers als A. Forsthövel, Gert Bijleveld, Gerard Groen, Hempie Vlug, Henk Oostveen, Jan Blok, Gradus van der Berg, Arie de Groot, Jan van Leeuwen, Cor, Joop en Rinus Scheel, Piet Vermeij en B. Brandsen. Er wordt in die eerste jaren gespeeld op het Exercitieterrein, op een veldje nabij de Parijse Brug en aan de Utrechtsestraatweg ter hoogte van carrosseriefabriek Den Oudsten.
Later nog even op een stuk land ter hoogte van de huidige Lindenlaan.
In 1922 keerde VEP terug naar de Utrechtsestraatweg. Daar werd voor een schappelijke prijs een veld gehuurd van de latere voorzitter en ere-voorzitter Jaap Lunenburg. Daar heeft VEP gespeeld tot en met het seizoen 1953 - 1954. VEP startte er uitstekend en promoveerde in 1923 naar de RKF.
Vier jaar later volgde degradatie en brak een moeilijke periode aan.
Er rezen problemen met het Patronaatsbestuur. In 1930 werd VEP zelfstandig.
De jaren dertig waren sportief gezien de eerste bloeiperiode. Stimulerende krachten waren voorzitter Jaap Lunenburg, secretaris-penningmeester Gijs Ruijs en de geestelijk adviseur Pater Engels. Laatstgenoemde gaf de aanzet tot oprichting van de eerste jeugdafdeling met Jan Beving als eerste jeugdleider, geassisteerd door Bram van Leeuwen.
Op het veld was Vep een geduchte tegenstander en speelde het onvergetelijke wedstrijden tegen (onder meer) MSV, Volharding (IJsselstein), PVC, PVV en Vooruit.
Opvallende spelers waren toen Dirk Smolders, Herman Vlug, Mijneveld van der Vring, Joop Brandsen en Kees Boon.
Bij de jeugd liepen toen latere eerste elftalspelers als Jan en Sjef Siero, Wim en Kees van den Bosch, Leen en Jan de Heij, Toon Vos en Jan Martens.
In 1933 werd het veld geëgaliseerd en er verrezen twee kleedlokalen met stromend water. Op 25 juni 1933 werd het vernieuwde terrein geopend met een erewedstrijd tussen Volendam en Graaf Willem II. Door verschillende oorzaken verdwenen na 1935 Pater Engels, Gijs Ruijs en Jan Beving uit leiding en bestuur.In 1938 trad Jaap Lunenburg af als voorzitter. De prestaties werden minder. VEP viel terug naar de tweede klasse IVCB. In 1940 telde VEP nog slechts zestien leden. De toekomst zag er somber uit.


De periode 1940 - 1960

In dit tweede blok kijken we terug op de periode tijdens en na de tweede wereldoorlog.

Waren er in augustus 1940 nog maar zestien leden, drie maanden later was dat aantal gegroeid tot 110. Dankzij de inzet van het nieuwe bestuur dat bestond uit: Chr. Gottenbos, voorzitter; R. Everwijn, secretaris; H. de Mol, penningmeester; en de leden H. Vlug, J. Duits, J. Rijnbeek, C. van Rooijen en A. Groen. In 1942 promoveerde VEP naar de eerste klasse van de GVB. Het verenigingsleven werd tijdens die moeilijke oorlogsjaren steeds beperkter. Onder moeilijke omstandigheden en met bescheiden middelen werd in 1944 net 25-jarig bestaan gevierd. Direct na de bevrijding werden de leden per advertentie in het parochieblaadje 'Voor God en Koning' weer opgeroepen. Dat gebeurde tevens vanaf de preekstoel. In 1946 pakte VEP de titel. In de promotiecompetitie lukte het niet de sprong naar de KNVB te maken.
In 1949 was het dan zover. Na de 5-1 zege op UNIO was VEP opnieuw kampioen. Vervolgens werden Postalia, De Jagers en VDV in de promotiecompetitie opzij gezet. De sprong naar 'de grote bond' werd met de volgende spelers gemaakt: Joop van Rooijen (doelman), Lou Jansen, Toon Everwijn, Cor van Deuren, Ad Streng, A. Ratelband, Piet v.d. Bosch, Piet v.d. Loo, Toon Vos, H. Hettinga en Jan Martens.
Op 22 oktober 1949 stonden VEP en Woerden voor het eerst in competitieverband tegenover elkaar. Aan de Utrechtsestraatweg hielden de plaatselijke rivalen elkaar voor tweeduizend toeschouwers in evenwicht: 1-1. In 1951 werd het eerste Zilveren Kaastoernooi georganiseerd. Een evenement dat tot diep in de jaren zestig zou worden gespeeld in augustus. Verdeeld over drie zondagen, compleet met voorronde, halve finale en finale. Alphia was de eerste winnaar. VEP werd in de voorronde met 5-7 gewipt door Wilhelmus. Inmiddels was duidelijk dat VEP moest vertrekken aan de Utrechtsestraatweg. Op 19 oktober 1952 vonden de eerste besprekingen plaats over een nieuw veld tussen B & W en het VEP-bestuur onder leiding van voorzitter Jaap van Breukelen.. Op 5 december 1954 werd de eerste competitiewedstrijd gespeeld op het nieuwe sportpark De Veste, gelegen aan de Van Helvoortlaan naast het zwembad. Gezien de winterse omstandigheden werd de officiële opening uitgesteld tot 19 mei 1955. VEP beschikte nu over een - voor de regio - uniek modern complex, vooral nadat in 1959 de kantine was uitgebreid. Hetgeen gebeurde met dokter J.A.M. Peynenburg als voorzitter, Jan van Zijl penningmeester en Piet Bernards als secretaris. Sportief gezien waren de jaren vijftig wisselvallig. VEP was een goede middenmotor met uitschieters naar beneden en omhoog.
Zo behaalde VEP in het seizoen 1954-1955 niet meer dan tien punten, maar ontsnapte het aan degradatie omdat Haastrecht er niet meer dan negen wist te verzamelen. In 1955 won VEP voor het eerst het eigen Zilveren Kaastoernooi door derde klasser Lekkerkerk in de finale met 2-0 te kloppen. Ook in 1956, 1957 en 1958 bereikte VEP de finale. Echter tweemaal Woerden (0-1 en 0-1) en Lekkerkerk (0-3) bleken daarin te sterk. In het seizoen 1959-1960 zag het er lang naar uit dat VEP kampioen zou worden. Uiteindelijk zat er niet meer in dan een tweede plaats achter UNIO. Spelers die in die jaren deel uitmaakten van het eerste elftal waren onder meer Ad van Rooijen, Jan Hooijmans (keepers), Piet en Wim van den Bosch, Sietse Kuipers, Wim Kuiper, Toon Vos, Fons Veraart Krijn Pfaff, Sam Smits, Martin Sluis, Joop Schalkwijk, Jan Schalkwijk, Herman Bijleveld, Ton Hol, Toon van Dijk , Cees Hoogenes en Arie Thuis. In 1958 reikte VEP ver in het toernooi om de KNVB-beker. Op Nieuwjaarsdag 1959 werd VEP bijzonder eervol gewipt door het Haarlemse EDO dat toen in de tweede divisie van het betaalde voetbal speelde.

De periode 1960 - 2001

Het laatste blok behandelt de periode tot net na de eeuwwisseling.

In het begin van de zestiger jaren moest VEP - sportief gezien - eerst door een diep dal alvorens aan het eind van dat decennium de derde klasse werd bereikt. In 1962 leek degradatie onvermijdelijk (halverwege 4 punten!).
Op de laatste dag van de competitie sleepte VEP nog een beslissingswedstrijd tegen het Haagse VDS uit het vuur. Tweeduizend toeschouwers omzoomden het terrein van Gouda. VEP won overtuigend met 3-0. Een succes voor de halverwege het seizoen gehaalde trainers Troost en Freyee.
Onder leiding van voorzitter Cor van Deuren werd nadrukkelijk gewerkt aan het opvoeren van de sportieve prestaties.
In 1969 lukte het dan eindelijk. VEP werd kampioen en mocht zich voor het eerst derde klasser noemen. Mede dankzij de professionele aanpak van trainer Jacques Koole.
En door de komst van enkele spelers vanuit het betaalde voetbal. Bertus van Straalen (Elinkwijk), Co van Dirven en Kees Sluyk (Velox) en de van Elinkwijk teruggekeerde Piet Kroon. Die na enkele wedstrijden om gezondheidsredenen afhaakte. Waardoor Jan Hooijmans - na jaren terugkeerde onder de lat bij VEP.
De oud-doelman van het Nederlands amateur-elftal was circa tien jaar eerder vertrokken naar Blauw Zwart en keepte enkele jaren bij eerste divisieclub Fortuna Vlaardingen.
De overige spelers die VEP de titel bezorgden waren onder meer Gerard Nederend, Cees Hoogenes, Michael van Vliet, Ad Stalfoort, Jos Sluijs, Henk Machielse en Hans van der Vlist, Marcel Kemp en Eddy Valk.
Inmiddels groeide VEP op de Veste uit haar jasje. In de jaren zeventig werden onder leiding van de voorzitters Cees Uytewaal en Gijs Schalkwijk plannen gesmeed en uitgevoerd voor een nieuwe accommodatie. Dat had letterlijk en figuurlijk heel wat voeten in de aarde.
Maar het lukte. In 1974 zorgde een groots festival in het Arsenaal er voor dat het bouwproject een financiële injectie en publiciteit kreeg. GS spakrtelt nog wat tegen, maar in mei 1975 gaat de eerste spade in de grond. In 1977 neemt VEP het huidige sportpark Cromwijck in gebruik.
Inmiddels is VEP dan weer gedegradeerd naar de vierde klasse. In 1980 keert VEP weer terug in de derde klasse met als trainer Jan Schalkwijk. In de afgelopen twintig jaar is VEP uitgegroeid tot een grote vereniging met momenteel zo'n veertig elftallen. Na de degradatie in de tachtiger jaren keerde VEP, met als trainer Paul Guyt en een talentvol elftal, terug in de derde klasse. Waarna de jacht op de tweede klasse werd geopend. Over het algemeen speelde VEP in de afgelopen jaren een vooraanstaande rol in de derde klasse, afgewisseld met nog één seizoen in de vierde klasse.
Voor een titel kwam men steeds net iets tekort.
En ook drie nacompetities leverden geen promotie op. In 2001 (trainer Koos van Zoest) leek het toch te gaan gebeuren. In de beslissingswedstrijd tegen TOGB verzuimde een beter VEP om het af te maken. In de herkansing (eveneens gespeeld in Zevenhuizen) toonde Meerburg zich te sterk




Disclaimer