v.v. Edesche Boys
homeroutecontactprogrammazoek

Historie 1927-2007
DE HISTORIE VAN DE VERENIGING EDESCHE BOYS IN VOGELVLUCHT

1927-1954
1955-1975
1976-1983
1984-2002
Naschrift:


1927-1954

Het was in het jaar 1925. Europa had zich net met veel moeite hersteld van de gevolgen van de 1e Wereldoorlog.
In Nederland - op de Veluwe - lag een rustiek plaatsje Ede genaamd.
In dit Veluwse dorp en meer precies in de wijk die gevormd werd door de Bunschoterweg, de Bergstraat, Stomperkampweg en Kreelseweg kwamen een aantal schoolvrienden bij elkaar om een voetbalvereniging op te richten. In Ede-Zuid was inmiddels de v.v. Ede opgericht. De v.v. Ede bestond toen hoofdzakelijk uit militairen.
De jonge knapen wilden een echte voetbalclub in Ede-Noord: van en voor volksjongens en min of meer als tegenhanger van de club in Ede-Zuid. Albertus van den Hoeve (in de volksmond: “Bart Hoef”) en Henk Nijenhuis waren de initiatiefnemers voor dit ambitieuze plan.
De bakermat van de vereniging lag in het Edese Bos, onder het soms boze oog van boswachter Wanders. Vanuit het Edese Bos vertrok de vereniging, tot grote opluchting van boswachter Wanders, later naar de Edese Hei.
Na een jaar ploeteren op een zandvlakte op de hei vertrokken de voetbalvrienden naar een terreintje achter de watertoren. Dit werd het eerste echte sportcomplex van de nieuwe vereniging die onder de naam “De Rode Duivels” haar wedstrijden speelden. Van de wedstrijden, die in die beginfase werd gespeeld, waren er veel tegen clubs die nu niet meer bestaan. Jonge Kracht uit Wageningen was zo’n vereniging.
Drie jaar later, na verschillende wedstrijden in min of meer “wild competitieverband” gespeeld te hebben, kreeg de definitieve oprichting gestalte.
De jongens die de club hadden opgericht waren inmiddels zo rond de 17 jaar oud en ze vonden dat ze zo langzamerhand toe waren aan het grote werk. De naam van de vereniging werd op 1 oktober 1927 veranderd in v.v. Edesche Boys omdat de Arnhemse Voetbalbond (A.V.B.) de eerdere naam van de vereniging niet wenste in te schrijven (omdat er al een andere vereniging in Nederland bleek te zijn met een soortgelijke naam). Het “v .v.” voor de naam werd bewust gekozen omdat dit in die dagen een speciaal cachet gaf aan de club. De v. v. Edesche Boys bestond vanaf genoemde datum officieel en op de ledenlijst kwamen 12 namen voor. De “sch” in de naam was die tijd natuurlijk taalkundig volkomen correct. De vereniging bleef door de jaren heen gehecht aan de naam “Edesche” mèt de “sch” omdat dat zo mooi aangeeft, dat het een zeer oude vereniging is.
De allereerste wedstrijd die Edesche Boys in competitieverband speelde was in het seizoen 1928-1929 tegen O.N.A., bij de “Blauwe Kamer”, achter Wageningen. Deze vereniging O.N.A. mag niet verward worden met het huidige O.N.A.’53. Dat was namelijk een heel andere vereniging die - zoals het jaartal 53 al aangeeft - pas veel later in beeld kwam.
De eerste voorzitter van de Edesche Boys werd D. Schoonderbeek die samen met een aantal leden het bestuur vormde. Bart Hoef was een van die leden die zitting nam in het bestuur. Hij zou het bestuur pas verlaten bij zijn overlijden op 73-jarige leeftijd. Bart Hoef heeft veel betekend voor de Edesche Boys. Hij wist, samen met Jan Struik en Aart van de Vliert, ook tijdens de moeilijke oorlogsjaren 1940-1945 de vereniging bij elkaar te houden.
Het veld achter de watertoren werd in 1934 verruild voor een veld dat ver uit de koers lag van de oorspronkelijke woonwijk van deze knapen, namelijk het sportpark achter “De Reehorst”.
Meindert Schuitema was inmiddels gestopt met voetballen en was voorzitter geworden van de vereniging.
Doordat de Duitsers het sportpark in 1944 opeisten moest Edesche Boys uitwijken naar het terrein “Het Zwarte Water” halverwege Lunteren. Dit sportpark kende geen wasgelegenheid en was voor topvoetbal eigenlijk ongeschikt. Na de wedstrijden werden de koeien weer uit de stal gehaald en op het veld toegelaten en met geleend water van boer Brouwer konden de spelers zich wassen. Van de ergste modder verlosten de spelers zich vaak met water uit de sloot langs het terrein.
In september 1945 kon de vereniging haar competitie hervatten op het sportpark achter de Reehorst.
In de jaren vijftig speelde een aantal bekende Edenaren in het eerste elftal van Edesche Boys. Bijvoorbeeld Nelis Brouwer, die later op de oude markt in Ede café Marktzicht exploiteerde, Henk de Kruijf, Jan Melgers, Rinus van Alfen, Van Gulik, Leo Strijder, Elbert van Holland (de beroemde visboer), Bertus Beukhof, Evert Veenendaal, Bertus Zittersteijn, Paul van Gelder en natuurlijk Bart Hoef zelf.
Een aantal jaren later zouden onder andere spelers als Nico Versteeg, Rinus Wassingmaat, Rinie van Ruler, Geert Struik, Cor Heikamp, Joop Merlijn, de gebroeders Henk en Ton Florissen, Huub Jacobs, Piet de Block en Aart Koster de gelederen van Edesche Boys komen versterken.
Op vrijdag 31 oktober 1952 werd in de zaal “Onder de Toren” een daverende feestavond gevierd, die door de toenmalige voorzitter Jan Struik werd geopend. Op deze avond werd Bart Hoef door de vereniging onderscheiden met een gouden speld voor zijn 25-jarig bestuurslidmaatschap.

Het oprichtingselftal op de heide aan de sysseltselaan 1927

1955-1975

In 1955 kreeg de vereniging voor het eerst te maken met een medebespeler van het sportpark. Een aantal jaren daarvoor was uit de personeelsvereniging van de ENKA een voetbalelftal, genaamd “Rayon Trappers”, opgericht. In 1955 werd deze naam veranderd in Blauw Geel ‘55.
Blauw Geel ‘55 werd direct door de gemeente Ede als het ware uitgehuwelijkt aan Edesche Boys en
vanaf dat moment gaan beide verenigingen samen – op hetzelfde sportpark - door het leven.
Op 1 oktober 1957 werd het 30-jarig bestaan uitbundig gevierd in een zaaltje van “Onder de Toren” tegenover de oude kerk in het centrum van Ede. Bob Plooy verzorgde de muzikale tonen op die avond.
Naast het voetballen werd Edesche Boys een specialist in verhuizen. Want aan het spelen op “De Reehorst” kwam in 1959 een einde. Jan Struik was inmiddels al jaren voorzitter van Edesche Boys. Tijdens een roerige algemene ledenvergadering onder zijn leiding werd besloten om de kontributie per 1 oktober 1962 te verhogen naar fl. 1,50 per maand voor de senioren en fl. 0,75 per maand voor de junioren.
In Ede-Noord, in de buurt waar de feitelijke “roots” van de vereniging lagen, werd door de gemeente een schitterend sportcomplex aangelegd. De Bosrand werd in 1965 het nieuwe onderkomen van Edesche Boys terwijl de jeugd nog tot 1967 op “De Reehorst” bleef spelen. Zelfstandigheid zou toen al op zijn plaats geweest zijn, maar helaas besliste de gemeente dat Blauw Gee1 ‘55 ook mee moest verhuizen. Door deze beslissing zouden Edesche Boys en Blauw Geel ’55 gedurende lange tijd als het ware aan elkaar verbonden blijven.
Op de Bosrand kreeg Edesche Boys voor het eerst te maken met een clubgebouw. De Stichting “Alcohol Vrije Dranken” werd door de gemeente aangetrokken als exploitant. Toon Hollebrans en Ties van de Brink waren in die dagen de mensen die de limonade inschonken. Vóór deze periode kwamen de leden van Edesche Boys veelal bij elkaar in café de Bospoort of in café Onder de Toren. Om te vertrekken naar wedstrijden moest er natuurlijk een verzamelpunt zijn en dat was op zondagmorgen vroeg de enige mogelijk gelegenheid, die dan open was. Het “clubhuis” was in de beginjaren gewoon de woning van Bart Hoef en zijn vrouw. Daar werden de opstellingen gemaakt en daar werd vergaderd door het bestuur.
Eenmaal op de Bosrand zochten de leden hun vertier - na het drinken van de limonade natuurlijk - in café “Boschlust”. Jarenlang was ook deze plaats als het ware het clubhuis van Edesche Boys. Mevrouw Verschoor was in die dagen onze kantineprinses. Zij verzorgde de spelers uitstekend en was altijd zeer zorgzaam.
In het Marnix College werd op 1 oktober 1967 het 40-jarig bestaan gevierd. Inmiddels was Bart Hoef al 40 jaar bestuurslid van de vereniging en werd hij bij deze gelegenheid door de Koningin benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1971 stopte Jan Struik als bestuurslid en werd hij daarbij voor zijn verdienste benoemd tot Ere-Lid van de vereniging.
Maar ook aan de mooie tijd op de Bosrand kwam een eind. De gemeente Ede groeide inmiddels uit haar voegen, reden waarom het gemeentebestuur besloot een geheel nieuwe wijk te gaan bouwen. De wijk Veldhuizen kreeg gestalte. Langs de oude weg naar Veenendaal ter hoogte van de Horsterweg werd op het terrein van de oude “vloeivelden” een sportpark aangelegd.

1976-1983

Sportpark “De Peppelensteeg” werd op 1 januari 1976 geopend voor bespeling door zowel Edesche Boys als – een goed lezer raadt het al – Blauw Gee1 ‘55. Het oude sportpark “De Bosrand” werd definitief omgebouwd voor het gebruik door de hockeyvereniging.
Op het nieuwe complex was inmiddels een clubhuis neergezet door Blauw Gee1 ‘55. Edesche Boys mocht op trainingsavonden en op 11 wedstrijddagen gebruik maken van het gebouw. Deze afspraak hield niet lang stand en Edesche Boys vertrok naar het restaurant De Dolfijn boven het zwembad.
Bert Middelkoop was inmiddels op 18 april 1975 aangetreden als voorzitter van de vereniging. Tussen 1971 en 1975 had Bart Hoef deze functie vervult maar hij wenste van de leden dat het roer door jongeren werd overgenomen. Het bestuur van Edesche Boys werd in oktober 1975 versterkt met vice-voorzitter Ton van Deursen. Dit toenmalige gemeenteraadslid zou veel baanbrekend werk verrichten voor de club. In het restaurant boven het zwembad werden door een aantal leden de eerste plannen gesmeed om een eigen clubhuis te gaan bouwen.
Gerhard Bakker, toen secretaris van de club, deed een beroep op Dik Pol, ambtenaar van de gemeente Ede, om een plan te ontwikkelen voor de bouw van een eigen clubhuis. Klaas Florissen kwam met een uitstekend plan om de financiering van het gebouw te laten verlopen met het uitzetten van obligaties.
De totale kosten werden geraamd op fl.105.000,- . In die tijd voor een kleine amateurvereniging natuurlijk een astronomisch bedrag. Met behulp van allerlei vormen van subsidie, tijdelijke bijdragen van leveranciers en het uitgeven van genoemde obligaties werd tenslotte de beslissing genomen om het clubhuis te gaan bouwen en op 4 maart 1976 werd de bouwvergunning aangevraagd bij de gemeente.
Op 23 oktober 1976 werd door Bart Hoef de eerste steen gelegd van een mooi clubhuis.
Met de bouw van dit clubhuis kwam het ware karakter van Edesche Boys boven. In tijden dat er bedreigingen of moeilijkheden zijn, overleeft de vereniging altijd door verregaande vormen van samenwerking. Een groot aantal trouwe Boys-leden alsmede diverse sympathisanten stelde zich beschikbaar om deze bouw te realiseren. Dag en nacht werd er gewerkt aan het tot stand komen van het clubhuis. Op 29 juli 1977 nam Edesche Boys met gepaste trots haar eigen clubhuis in gebruik.
In augustus 1977 werd door Gijs Hols en Jan Randewijk het initiatief genomen om een klaverjascompetitie op te zetten. Dit plan slaagde volledig en ook in 2007 is deze vereniging nog steeds actief en zeer hecht in haar ledenaantal.
Met het in gebruik nemen van het clubhuis begon eigenlijk de groei van Edesche Boys op gang te komen. Het aantal leden groeide gestaag en op 1 juli 1977 was het ledenaantal van 12 in 1927 opgelopen tot 152.
Op 1 oktober 1977 werd in het cultureel centrum De Reehorst een grandioze jubileumfeestavond gehouden. Edesche Boys vierde zijn 50 jarig bestaan. Naast een groot showprogramma met een afsluitend feest was de benoeming van Bart Hoef tot Bondsridder van de K.N.V.B. een hoogtepunt in de geschiedenis van de vereniging.
In hetzelfde jaar, op vrijdag 18 maart 1977, nam de toenmalige wedstrijd-secretaris Edesche Boys Jan Randewijk (later werd hij voorzitter) het initiatief om in het kader van het 50 jarig jubileum, de Ede-Cup opnieuw in het leven te roepen. Nadat een aantal jaren daarvoor het toernooi was gestrand ondernam het bestuur van de Edesche Boys actie om alle verenigingen binnen de gemeente Ede opnieuw te mobiliseren voor dit mooie toernooi.
Lunteren wint op sublieme wijze dit Edesche Boys jubileumtoernooi.
Edesche Boys heeft meer dan 10 jaar de organisatie van de Ede-Cup op zich genomen. Tegenwoordig wordt dit toernooi georganiseerd door de Belangengemeenschap Edese Veldvoetbalverenigingen.
Op 24 oktober 1978 werd Piet de Block voorzitter van de vereniging nadat hij zich vele jaren daarvoor had ingezet voor de jeugd. Al snel werd het clubhuis te klein en moest er aangebouwd worden. Wederom werd dit project gerealiseerd met de inzet van eigen leden. Later zou nog een uitbreiding plaatsvinden en werden er enkele toiletgroepen bijgebouwd.
De groei van Edesche Boys zette zich gestaag voort en het ledenaantal groeide ver boven de 300 uit. Vooral de jeugdafdeling van Edesche Boys maakte in die jaren een expansie door. Piet de Block gaf de voorzittershamer in 1979 aan Ed de Lange door en gaf hem de eer om de kar te trekken.

1984-2002

Op 2 maart 1984 werd de vereniging plotseling geconfronteerd met het overlijden van een man die vanaf het eerste uur bij Edesche Boys betrokken was geweest. Bart Hoef overleed op 73 jarige leeftijd en liet een grote lege ruimte achter binnen zijn club. Onafgebroken was hij lid en bestuurslid geweest van de club die hem zoveel liefde en vreugde had gebracht. Bart Hoef is van onschatbare waarde geweest voor de vereniging.
In 1985 was het voor het eerst, dat de leden in overleg met het bestuur een ingrijpende verandering binnen het bestuur teweeg brachten. Zoals gebruikelijk binnen de Boys werden de geluiden van onvrede op goede wijze onder ogen gezien en werd eendrachtig gezocht naar een goede oplossing van de problemen. Een commissie van goede diensten bestaande uit de leden Eli Hendriks, Gerhard Bakker en Cor Robbertsen formeerden na veel overleg een nieuw bestuur van liefst 10 personen. Op 1 juni 1984 tijdens een buitengewone algemene ledenvergadering werd Peter de Boer gekozen tot voorzitter.
Een grote feesttent werd op het B-veld geplaatst om op 1 oktober 1987 het 60-jarig bestaan te vieren. Een grandioos feest dreigde helaas te worden verstoord door de mensen van de terrasflats aan de overzijde van het sportpark. Met gedempte muziek werd het feest gelukkig tot een bruisend einde gebracht.
In 1990 kreeg de vereniging de beschikking over een kunstgrasveld. Het sportcomplex was met de aanleg van dit veld afgestemd op de eisen en wensen van die tijd en de spelers konden onbeperkt trainen en spelen.
In datzelfde jaar werd Henk Verkuijl gekozen tot de nieuwe voorzitter van Edesche Boys.
Bestuurlijk en organisatorisch werd de zaak steeds beter op de rails gezet. Er kwam steeds meer structuur in de vereniging. Na 3 jaar hard werken vond Henk Verkuijl het voldoende en gaf de voorzittershamer over aan Jan Randewijk.
Opnieuw kwamen wij aan in een nieuw jubileumjaar. Edesche Boys bestond op 1 oktober 1997 70 jaar. Een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de vereniging. Wederom een uitbundig feest. Tijdens dit jubileum werd al voorzichtig vooruit gekeken naar het feest wat er 5 jaar later gevierd zou worden, te weten het 75 jarig jubileum in 2002.
Edesche Boys is inmiddels volledig gesetteld op het sportpark De Peppelensteeg. De gemeente gaf in de jaren 90 helaas te kennen dat een zelfstandig sportpark voor de Edesche Boys voorlopig niet tot de mogelijkheden behoorde. Eerdere plannen om een nieuw eigen sportpark in een nieuw te bouwen wijk Doesburg toe te wijzen aan de Edesche Boys konden door de gemeente niet worden waargemaakt, doordat vanuit aspecten van Ruimtelijke Ordening de bouw van die wijk niet doorging. In latere jaren zouden die bouwplannen – Ede groeide nog steeds - alsnog worden verwezenlijkt in de huidige nieuwbouwwijk Kernhem.
Edesche Boys zou daarom voorlopig zijn thuisbasis blijven houden op het complex De Peppelensteeg.
Dat is mede de reden dat er reeds in de 90-er jaren verregaande plannen werden ontwikkeld om op het complex een tribune te bouwen. De leefsituatie op het complex en de service aan het publiek dienden te worden verbeterd. De vereniging wil meegaan met de tijd.
Edesche Boys wil eigenlijk altijd alles realiseren om het haar leden zo aangenaam mogelijk te maken. En dat kunnen ze vaak ook, want het clubje van die vrienden in 1927 is inmiddels uitgegroeid tot een volwassen, in alle opzichten rijke vereniging met 350 leden. Het is een vereniging geworden die aanzien en respect heeft afgedwongen en die ongetwijfeld nog
veel van zich zal laten horen.
In 1999 gaf Jan Randewijk aan, dat hij van mening was dat er door de leden onvoldoende werd bijgedragen aan de vooruitgang van de Edesche Boys. Het draagvlak om allerlei nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden werd zijns inziens te klein. Hij trad af als voorzitter en ging als voetbalbestuurder voort als voorzitter van de Belangengemeenschap Edese Voetbalverenigingen (B.E.V.) en later als voorzitter van de v.v. D.T.S.’35.
De in de vereniging ontstane bestuurscrises werd door wederom een commissie van goede diensten bestaande uit enkele tijdens de algemene ledenvergadering naar voren geschoven leden en de nog aanwezige bestuursleden onderzocht. Op een bijzondere algemene ledenvergadering werd in februari 1999 een nieuw en weer volledig bestuur geformeerd onder leiding van de huidige voorzitter Gerhard Bakker.
De discussie om een eigen sportpark te gaan bespelen werd ook in de laatste jaren gevoerd. Door een besluit van de gemeente, dat het sportpark Oranje plaats diende te maken voor woningbouw moesten de verenigingen vv Ede en Fc Jeugd te worden uitgeplaatst naar een ander sportpark. De huidige sportcompexen in Ede-Veldhuizen en Hoekelumse Eng moesten worden herverdeeld. In 2002 loopt deze discussie nog steeds. De gemeente Ede is nog steeds aan het broeden op een plan om de Edesche Boys hetzij een eigen plek te verschaffen hetzij voldoende mogelijkheden te geven op het sportcomplex De Peppelensteeg om zich te kunnen doorontwikkelen. De situatie op De Peppelensteeg is helaas al vele jaren door de gestage groei van beide verenigingen Edesche Boys en Blauw Geel ‘55 onhoudbaar aan het worden. Er zijn al vele jaren vooral problemen op het valk van trainingsmogelijkheden. Trainingsvelden, kleedkamers, het is allemaal gewoon te klein geworden voor twee ambitieuze, groeiende verenigingen. Gelukkig wil de gemeente die problemen van de verenigingen Edesche Boys en Blauw Geel ’55 nu eindelijk structureel oplossen Daarnaast wil Edesche Boys nog steeds haar ideaal verwezenlijken, te weten een eigen hoofdveld om daarmee haar eigen identiteit en groei verder gestalte te kunnen geven. De Edesche Boys vindt, dat zij daar als vereniging met een grote historie in Ede ook min of meer recht op heeft.




In het begin van dit artikel werd er melding van gemaakt dat de aanleiding tot de oprichting van de Edesche Boys eigenlijk lag in de oprichting enkele jaren daarvoor van de v.v. Ede in Ede-zuid.
Op het moment dat Edesche Boys formeel haar 75-jarig jubileum viert – 1 oktober 2002 - bestaat de v.v. Ede helaas niet meer. Door de fusie in 2002 van de v.v. Ede met Victoria Vesta is Edesche Boys nu de oudste vereniging van Ede geworden. Edesche Boys zal er zelf alles aan doen om te voorkomen, dat ook zij als vereniging met zo’n geweldige historie worden opgevreten door het modernistische fusiemonster. De Edese gemeenschap aan de andere kant dient daarbij natuurlijk ook zuinig te zijn op haar sportieve erfgoed.

Naschrift:

In dit overzicht heeft u de sportieve historie van de vereniging, promoties, degradaties, enz., gemist.
Deze worden weergegeven in een ander artikel in deze jubileumkrant.
In dit historisch overzicht van de vereniging worden enkele namen genoemd. Dat is gedaan om bepaalde periodes in het bestaan van de Edesche Boys scherper te kunnen weergeven. Niet alle mensen die in de loop van de achterliggende 75 jaar iets (of juist vaak heel veel) hebben betekend voor de vereniging, zijn in dit stuk genoemd.
Als iemand een naam mist, mag u dit de stellers van dit stuk niet kwalijk nemen. Alle personen naar voren halen, die iets hebben betekend voor de Edesche Boys is gelet op de langdurige en rijke geschiedenis van de vereniging gewoon een onmogelijke opgave. Ook lang niet alle gebeurtenissen zijn in dit stuk naar voren gekomen. Was dat gedaan, was het geen artikel in de jubileumkrant geworden, maar lag nu een veel te dik boekwerk voor u.



Disclaimer